Compacte stad

Groei binnen de bestaande stadsgrenzen is een belangrijk principe van deze omgevingsvisie. De ruimte in zo’n compacte stad moet dus goed worden benut: op straatniveau, onder de grond, op daken, met hoogbouw, en dat allemaal met ruimtelijke kwaliteit.

Ons doel is om ervoor te zorgen dat verdichten gelijk staat aan het toevoegen van kwaliteit aan buurten. Daarvoor hebben we de welstandsnota ‘De Schoonheid van Amsterdam’, waarderingskaarten per wijktype en een Commissie Ruimtelijke Kwaliteit. Behoud van vele soorten erfgoed, zoals de Grachtengordel, Plan Zuid van Berlage en bijvoorbeeld allerlei dijklichamen, blijft belangrijk. Het draagt bij aan het imago van Amsterdam, aan ons thuisgevoel in de stad, en aan onze verbondenheid met het verleden. Ook bij het verdichten van de naoorlogse wijken bouwen we liefst voort op bestaande cultuurhistorische waarden. De de bouw van extra woningen, bedrijfsruimtes, winkels, horeca en cultuur zorgt voor levendige buurten.

Hoogbouw, bouwdynamiek, daken

De laatste jaren neemt hoogbouw overal in de wereld toe. Hoogbouw is echter niet noodzakelijk voor het bouwen in hoge dichtheden. Op een aantal markante of goed per openbaar vervoer bereikbare plekken buiten de Amsterdamse binnenstad vinden we hoogbouw boven de 30 meter passen, op veel andere plekken niet. In elk geval moet hoogbouw bijdragen aan kwaliteit en leefbaarheid van de openbare ruimte en moet het klimaatneutraal kunnen worden gerealiseerd.

Ook op- en aanbouwen aan bestaande gebouwen vinden we niet overal zomaar kunnen. Na de particuliere bouwwoede van de afgelopen jaren worden we daar wat voorzichtiger mee, met meer regels. We vinden wel dat in een compacte stad de daken veel beter moeten worden benut: met groen, soms met dakterrassen, en vooral met zonnepanelen. Zie hiervoor ook ‘duurzame stad’.

Ondergrond

Alles wat we boven de grond bouwen, heeft gevolgen voor de ondergrond en andersom. We willen daarom zoveel mogelijk driedimensionaal plannen, onder een stevige gemeentelijke regie, met bijvoorbeeld steeds meer leidingentunnels. Dan passen al onze ambities beter. Want de Amsterdamse ondergrond heeft het zwaar te verduren, met steeds meer kabels, leidingen, warmtenetten, en dat tussen de vele boomwortels, funderingen en grondwater dat op peil gehouden moet worden. Vanwege dat laatste kunnen kelders niet meer overal zomaar worden gebouwd. De effecten op de grondwaterstand en -stromen bepalen wat er kan en niet kan. Want de stadsbodem moet weer gezond worden. Net als de bovengrond: natuurinclusief is het nieuwe normaal.

Bodemdaling is helaas op veel plekken in Amsterdam normaal. Het wordt de komende decennia een flinke uitdaging om die daling beperkt te houden.

Ook drink- en afvalwater gaan door de ondergrond, ook al realiseren wij ons dat niet dagelijks. De levering van drinkwater blijft uiteraard gegarandeerd. Afvalwater wordt vaker hergebruikt, want het is rijk aan grondstoffen. Ook wordt het steeds meer gescheiden van hemelwater. Dat heeft allemaal gevolgen voor de ondergrondse infrastructuur, wat het des te noodzakelijker maakt om dat zorgvuldig in te richten.

Tot slot doen we in het kader van de energietransitie onderzoek naar geothermie, aquathermie en warmte-koude-opslag (WKO). De gevolgen voor de ondergrond worden de komende jaren duidelijk.